Carte Blanche De Tijd : 24/01/2012

Le 24.01.2012 dans Actu

Carte blanche, De Tijd

En atteignant en 1993 un taux d'endettement record de 133,5% du PIB, la Belgique se trouvait dans l’obligation de s’engager dans un processus dynamique et irrévocable de réduction de son endettement public. Après 15 années de mesures en termes de dépenses publiques, une gestion dynamique de la dette et sans augmentation de la pression fiscale globale, la Belgique atteignait en 2007, un taux d'endettement de 84% du PIB.

En Belgique, nous savons donc ce que signifient ‘rigueur budgétaire’ et ‘efforts à consentir’ et nous avons démontré notre capacité politique à ne pas reporter nos responsabilités sur les générations futures.

La crise financière, marquée par la faillite de Lehman Brothers en 2008, a imposé aux Etats de reprendre la gestion de pans entiers du monde de la finance. Ces interventions publiques ont offert une résistance face à la crise économique qui a suivi la crise financière mais ont eu un coût certain : le relèvement du taux d’endettement des Etats au-delà d’un niveau soutenable. Nous sommes donc entrés dans un nouveau cycle d’assainissement des finances publiques.

Le débat qui oppose la Belgique à la Commission européenne ne porte pas sur ce principe de bonne gouvernance de l’argent public. Le débat, que l’on dira ‘animé’ en termes diplomatiques, porte sur les moyens à mettre en œuvre pour sortir de cette spirale négative où les Etats ont perdu en crédibilité parce qu’ils ont dû s’endetter pour contrer les errements des marchés financiers.

Sur la forme, je continue de croire que l’Union européenne doit s’entendre sur les objectifs à atteindre mais que sur les moyens à mettre en œuvre, le principe de subsidiarité doit primer. Les Etats ont le devoir de s’approprier les recommandations de la Commission et du Conseil mais pas de les appliquer telles quelles. Ce serait une erreur au regard de notre système démocratique et favoriserait encore plus le populisme destructeur. En effet, des institutions telles que l’âge légal de la pension ou les mécanismes de formation des salaires sont issus d’histoires sociales si longues et si singulières, qu’il est illusoire de vouloir désharmoniser d’en haut.

Sur le fond, le Premier Ministre belge s’est exprimé très clairement, lors de sa tournée dans les pays du Benelux, sur l’absolue nécessité de travailler au niveau européen sur des mécanismes de relance de la croissance. La diminution des budgets publics et une libéralisation accrue du marché intérieur et du commerce avec le reste du monde ne sont pas les seuls ingrédients pour réaliser une relance durable de l’économie et pour lutter contre la pauvreté en Europe. Les recommandations de plusieurs prix Nobel d’économie sont assez claires à cet égard. Et, depuis 2008 déjà, les multiples prises de position du Parti Socialiste Européen martèlent le même message : conjuguer une nécessaire régulation financière avec un plan de relance ambitieux.

Tout d’abord, les gouvernements ont un rôle crucial dans l’organisation et le financement des services (santé, formation, éducation, transport, recherche, …) qui ne peuvent pas être offerts par le marché et qui sont essentiels à la cohésion sociale et à la vitalité de nos économies. En choisissant l’austérité, nous nous condamnons à une transition économique pleine de tourments sociaux et trop lente par rapport aux économies émergentes.

Ensuite, l’équilibre du budget doit être atteint par le biais d’un système fiscal équitable, basé sur le principe de la capacité à contribuer, sur la participation du secteur privé à sa juste mesure, sur l’abandon des réductions d’impôt pour les plus riches, sur la réglementation stricte des bonus dans le secteur financier et une offensive contre  les paradis fiscaux.

Enfin, la rigueur sans projet de développement de société n’est pas acceptable. Avec la stratégie UE2020, héritière de la Stratégie de Lisbonne, l’Union européenne s’est dotée d’un cadre politique capable d’aboutir à des avancées aussi spectaculaire que l’Acte unique européen, la politique agricole commune ou encore les accords de Schengen. Il faut maintenant que la Commission nous prouve qu’elle a des projets porteurs de croissance pour l’Union. Je pense ici en particulier au financement des grands travaux dans le domaine des réseaux énergétiques intelligents, des réseaux de transport non polluant, à la mise sur pied d’une politique industrielle dans l’aérospatiale, l’aéronautique, la digitalisation de l’économie,… le tout basé sur l’activation d’un tissu dense de PME, en mobilisant tous les instruments financiers européens disponibles et en identifiant des ressources nouvelles telles la taxe sur les transactions financières.

Het blijft wachten op relanceplanen

Door te kiezen voor harde besparingen, veroordelen we onszelf tot een economische transitie vol sociale onrust.

Besparen alleen volstaat niet. Waar blijven de relancemaatregelen voor een vitale economie? De Europese Commissie moet tonen dat ze over projecten beschikt die de Europese Unie perspectieven op groei bieden.

Doordat de Belgische staatsschuld in 1993 tot een recordhoogte van 133,5 procent van ons bruto binnenlands product (bbp) opliep, moest ons land zich inschrijven in een dynamisch en onherroepelijk proces van vermindering van zijn overheidsschuld. Na 15 jaar maatregelen te nemen in de overheidsuitgaven, de schuld dynamisch te beheren en zonder dat de druk op de globale fiscaliteit is toegenomen, bedroeg de Belgische staatsschuld in 2007 nog 84 procent van het bbp. Wij in België weten dus goed genoeg wat 'budgettaire striktheid' en 'opofferingen doen' betekenen, en we hebben ook bewezen dat we het politiek vermogen hebben om onze verantwoordelijkheid niet af te schuiven op volgende generaties. Door de financiële crisis, getekend door het failliet van Lehman Brothers in 2008, werden de staten gedwongen het beheer van volledige onderdelen van de financiële wereld op zich te nemen. Door die overheidstussenkomsten kon het hoofd worden geboden aan de daarop volgende economische crisis. Maar ze brachten wel een kostprijs met zich mee: de staatsschuld rees bij vele staten weer boven een houdbaar niveau. En zo stapten we opnieuw in een cyclus van besparingen op de overheidsuitgaven. Het debat waarin België tegenover de Europese Commissie staat, gaat niet over het principe van goed beheer van het overheidsgeld. Het, laat het mij in diplomatiek opzicht een 'geanimeerd' debat noemen, gaat over de maatregelen die moeten worden genomen om uit de negatieve spiraal te geraken, waarbij lidstaten hun geloofwaardigheid kwijt zijn omdat ze zich in de schulden hebben moeten werken om in te gaan tegen de dwalingen van de financiële markten.

Sociale geschiedenis

Vormelijk blijf ik voorstander van een Europese Unie die zich uitspreekt over de te halen doelstellingen, maar voor de te nemen maatregelen moet het subsidiariteitsprincipe primeren. De staten moeten zich schikken naar de aanbevelingen van de Commissie en de Raad, maar moeten ze niet klakkeloos overnemen. Het zou fout zijn tegenover ons democratisch systeem en het zou het destructieve populisme nog meer vrij spel geven. Instellingen zoals de wettelijke pensioenleeftijd of de mechanismen van de loonvorming zijn het resultaat van een lange, eigen sociale geschiedenis, dat het een illusie zou zijn om ze van boven af te harmoniseren. Inhoudelijk heeft de premier tijdens zijn rondreis door de Benelux klare taal gesproken over de absolute noodzaak aan relancemaatregelen op Europees niveau, die de groei moeten stimuleren. Een vermindering van de overheidsmiddelen en een toenemende liberalisering van de binnenlandse markt en van de handel met de rest van de wereld, zijn niet de enige ingrediënten voor een duurzame herlancering van de economie en voor de strijd tegen de armoede in Europa. De aanbevelingen van verschillende Nobelprijswinnaars Economie zijn in dat opzicht duidelijk genoeg. En sinds 2008 hamert de Europese Socialistische Partij op dezelfde boodschap: een noodzakelijke financiële regulering verenigen met een ambitieus relanceplan.

Vitaliteit

Om te beginnen heeft de overheid een cruciale rol in de organisatie en de financiering van de diensten (gezondheid, vorming, onderwijs, transport, onderzoek,...) die de markt niet kan bieden en die essentieel zijn voor de sociale samenhang en de vitaliteit van onze economie. Door te kiezen voor harde besparingen, veroordelen we onszelf tot een economische transitie vol sociale onrust en bovendien een die veel te traag gaat in vergelijking met de opkomende landen. Komt daar bij dat het begrotingsevenwicht moet worden bereikt via een rechtvaardig fiscaal systeem, dat gebaseerd moet zijn op de fiscale draagkracht, op de participatie van de privésector in de juiste mate, op het afschaffen van de belastingverminderingen voor de allerrijksten, op een strikte regulering van de bonussen in de financiële sector en op een offensief tegen de belastingparadijzen. En tenslotte is de broekriem aanhalen zonder een maatschappelijk ontwikkelingsproject, onaanvaardbaar. Met de strategie EU2020, erfgenaam van de Lissabonstrategie, heeft de EU een politiek kader geschapen dat spectaculaire vooruitgang oplevert, zoals de eengemaakte markt, het gemeenschappelijke landbouwbeleid en de Schengenakkoorden. De Commissie moet ons nu bewijzen dat ze projecten heeft die groeiperspectieven bieden voor de EU. Ik denk hierbij aan de financiering van grote infrastructuurprojecten op het domein van de intelligente energienetwerken, de niet vervuilende transportnetwerken, aan het op touw zetten van een industrieel beleid voor ruimtevaart, luchtvaart en de digitalisering van de economie. Dat geheel moet steunen op de activering van een dicht netwerk van kmo's door alle beschikbare Europese financiële instrumenten te mobiliseren en door nieuwe bronnen aan te boren, zoals de taks op de financiële transacties.

Partager:

A tix02 & twentyeight website